De Steenakkermolen

‘De Steenakkermolen’/ ‘De Dodenmolen’/’Totenmühle’

 

Op het einde van de 14de eeuw bouwde Pieter Cobbe (uit Sint-Jan) op de huidige standplaats de eerste Steenakkermolen. De molen werd herhaaldelijk als oriëntatiepunt om diverse percelen te situeren. Vanaf toen rezen windmolens overal als paddestoelen uit de grond. In 1776 bevonden zich op enkele kilometers afstand verscheidene andere molens. In die periode telde Vlaanderen minstens 1 molen per 500 inwoners. De molen die eeuwenlang de winden en stormen trotseerde, ging ten onder in de Eerste Wereldoorlog.
Op 21 oktober 1914 begon de “Eerste Slag om Ieper”, waarbij de Britse, Franse en Duitse troepen hun stellingen innamen.De molen lag vlak in de frontlijn. Door zijn hoogteligging bood de molen uitstekende observatie-mogelijkheden. Nauwelijks een week later was het afgelopen met de Steenakkermolen. In de strijd om het bezit ervan, ging hij helemaal in de vlammen op. De eerste gevechten rond de molen werden door Wilhelm Schreinen beschreven in “Der Tod von ypern”. Sedertdien kreeg de Steenakkermolen zijn lugubere bijnaam “Dodenmolen”. Op 22 april 1915 barstte “DeTweede Slag om Ieper” los. Tijdens deze slag gebruikten de Duitse troepen voor het eerst in de wereldgeschiedenis chemische wapens (chloorgas) in oorlogsvoering. De Canadese troepen leverden moedig weerstand na de eerste ogenblikken van verwarring. Aan deze slag herinnert het dichtbijgelegen Canadese Monument. De molen wordt in de twee slagen herhaaldelijk vermeld. Na de gasaanvallen is er blijkbaar niets meer van over. Alhoewel er tijdens de Derde Slag om Ieper in 1917 nog veel zwaardere gevechten worden geleverd, komt hij nooit meer ter sprake. Pas in 1920 kwamen de eerste dorpelingen terug naar Sint-Juliaan. Uit Pittem werd de Kruisbergmolen meegebracht om de verwoeste Steenakkermolen te vervangen. Molenmaker Jules Lievens zorgde zelf voor het transport van de afgebroken Kruisbergmolen. Daarvoor gebruikte hij een wagen met twee paarden. De roeden werden vervoerd onderaan de driewielkar waarvan het voorwiel verwijderd was. Lievens moest meerdere keren naar Pittem rijden om alle molenonderdelen in Sint-Juliaan te krijgen. Eens ter plaatse werd alles weer gemonteerd. Jules Lievens maalde er zelf tot in 1929. Vader Clement en zoon Gaston Vercoutere namen daarna de taak van molenaar op zich en maalden er tot 1975. Door een gebrek aan investering en vernieuwing takelde de molen erg snel af. De Steenakkermolen werd aangekocht door de Provincie West-Vlaanderen. Vijf jaar later werden de molenvoet en de trap hersteld, in 1992 werd de molen volledig gerestaureerd. Alle molenstukken die nog in goede staat waren, werden hergebruikt: de staak, de steenbalk, de middenlijsten en nog een aantal verticale balken. De maalvaardige staakmolen maalt nu regelmatig dierenvoeder en bakmeel. Door zijn uitstekende ligging op de westelijke uitloper van de heuvelkam van ’s Graventafel, is de molen van op ruime afstand zichtbaar. Wanneer het gevlucht (het wiekenkruis) zijn rondjes maalt, lijkt het wel of de molen ons persoonlijk tot een bezoek wil uitnodigen,…. (Te bezoeken op zondag).

 

 

 

Dit is een 2de houten molen uit Sint-juliaan gelegen aan de brugseweg nabij Vanheule farm omgebouwd tot 'abris-uitkijkpost' versterkt met, en ondersteund door gemetselde bakstenen. Deze observatiepost liet toe de bewegingen op het front beter te volgen. In oktober 1917 waren de Duitsers uit het dorp, Passendalewaarts gedreven. Er kwamen te St.-Juliaan een munitiedepot waar zich van alles bevnd: munitie, zandzakken, schoppen, waterkannen, enz... . De materiaal werd met smalspoorlijntjes vanuit Ieper tot Sint-Juliaan gebracht. Daar werd het overgeladen op muilezels die het verder frontwaarts brachten: eerst over een plankenweg, dan over een pad gemaakt uit stenen van de huizen. Als zelfs de muilezels niet meer verder konden door de modder werd de lading het laatste eind, al ploeterend, ter plaatse gebracht.

zie ook: http://www.molenechos.org/verdwenen/molen.php?AdvSearch=5529

Weide Willy Veraverbeke(Brugseweg-Peperstraat):